Nieuw onderzoek geeft een veel duidelijker beeld van het verband tussen het Epstein-Barr-virus (EBV) en multiple sclerose (MS). Door de genomen en immuuncellen van meer dan 600.000 individuen te analyseren, hebben wetenschappers ontdekt hoe dit veelvoorkomende virus immuuncellen kan ‘kapen’, waardoor de auto-immuunreacties kunnen worden veroorzaakt die tot MS leiden.
De verbinding tussen EBV en MS
Hoewel het Epstein-Barr-virus – hetzelfde virus dat verantwoordelijk is voor infectieuze mononucleosis (klierkoorts) – meer dan 90% van de wereldbevolking infecteert, veroorzaakt het niet bij iedereen MS. Decennia lang vermoedden onderzoekers een verband, maar het bewijzen ervan was moeilijk omdat het virus zo alomtegenwoordig is.
Uit een baanbrekend onderzoek uit 2022 bleek dat de kans op MS aanzienlijk groter is bij mensen die met EBV zijn geïnfecteerd. De ‘ontbrekende schakel’ is echter altijd het mechanisme geweest: Waarom veroorzaakt het virus bij sommige mensen een auto-immuunaanval, maar bij anderen niet?
Het mechanisme: B-cellen en genetische kaping
Een grootschalig onderzoek onder leiding van onderzoekers van de Yale School of Medicine heeft de specifieke biologische route geïdentificeerd. Met behulp van gegevens van de UK Biobank en de Amerikaanse ‘All of Us’-studie concentreerde het team zich op B-cellen : de immuuncellen die verantwoordelijk zijn voor de productie van antilichamen.
Het onderzoek bracht verschillende kritische bevindingen aan het licht:
– Virale kaping: EBV bevindt zich in B-cellen en manipuleert deze in zijn eigen voordeel.
– Genetische activering: Het virus activeert specifieke genen in deze cellen die rechtstreeks verband houden met een verhoogd risico op MS.
– De T-celtrigger: Geïnfecteerde B-cellen gedragen zich abnormaal en activeren signaalroutes die T-cellen recruteren. Bij MS-patiënten komen deze T-cellen per ongeluk de hersenen binnen en vallen de beschermende vetlaag (myeline) rond neuronen aan, waardoor neurologische schade ontstaat.
De genetische puzzel: waarom sommigen kwetsbaarder zijn
Een van de meest complexe aspecten van dit onderzoek is dat niet alle genetische varianten op dezelfde manier werken. De onderzoekers identificeerden 39 genomische regio’s die verband houden met de aanwezigheid van EBV, maar de relatie met het MS-risico is genuanceerd:
- Zwakke immuunrespons: Sommige mensen hebben genetische varianten die resulteren in een zwakke antilichaamrespons. Hierdoor kan het virus zich vrijer vermenigvuldigen (hogere virale belasting), wat vervolgens MS kan veroorzaken.
- Overactieve immuunrespons: Andere varianten kunnen een “verergerde” immuunrespons veroorzaken. In deze gevallen reageert het lichaam overdreven op het virus, waardoor een ontstekingsomgeving ontstaat die de patiënt ‘over de rand doet kantelen’ en in een auto-immuuntoestand terechtkomt.
“Het immuunsysteem kan het risico op MS vergroten of verkleinen, afhankelijk van hoe het zich gedraagt”, merkt Ingrid Kockum van het Karolinska Instituut op.
Vooruitkijken: preventie versus behandeling
Deze doorbraak verschuift de focus van het MS-onderzoek naar twee potentiële grenzen: EBV-vaccins en gerichte immuuntherapieën. Als wetenschappers kunnen voorkomen dat EBV een permanente voet aan de grond krijgt in de B-cellen, kunnen ze mogelijk voorkomen dat MS zich ooit ontwikkelt.
Er blijft echter een belangrijke vraag voor artsen: Is het te laat als MS al is begonnen?
Het is momenteel onduidelijk of het virus fungeert als een voortdurende aanjager van de ziekte of dat het slechts fungeert als de eerste ‘vonk’ die de brand veroorzaakt. Als MS een zelfstandig proces wordt zodra het eenmaal is vastgesteld, zal de behandeling van het virus mogelijk geen nut hebben voor patiënten die al met de aandoening leven.
Conclusie: Door te identificeren hoe EBV B-cellen manipuleert om T-celaanvallen uit te lokken, zijn onderzoekers dichter bij het begrijpen van de oorsprong van multiple sclerose gekomen, waardoor nieuwe deuren zijn geopend voor preventieve vaccins en gerichte immuunbehandelingen.


























