Hoe virtuele vleugels de hersenen hervormen: een kijkje in de wetenschap van synthetische vluchten

0
4

Het idee om vleugels te laten ontkiemen en de lucht in te vliegen is een hoofdbestanddeel van sciencefiction, belichaamd door personages als Warren Worthington III uit X-Men. Hoewel de groei van biologische vleugels nog steeds een domein van de fantasie is, suggereert recent neurowetenschappelijk onderzoek dat het menselijk brein veel beter aanpasbaar is dan eerder werd gedacht. Uit een nieuwe studie blijkt dat individuen door meeslepende virtual reality (VR)-training psychologisch en neurologisch virtuele aanhangsels in hun lichaamsschema kunnen opnemen.

Waarneming opnieuw bedraden door middel van virtuele training

Het onderzoek, gepubliceerd in Cell Reports, toont aan dat de hersenen van deelnemers na training met virtuele vleugels beelden van deze kunstmatige ledematen begonnen te verwerken op dezelfde manier als hoe ze echte armen en handen verwerken. Deze bevinding benadrukt de opmerkelijke plasticiteit van het menselijk brein: het vermogen ervan om zichzelf te reorganiseren door nieuwe neurale verbindingen te vormen als reactie op leren en ervaring.

“Als de hersenen zoiets onmenselijks als een vleugel kunnen incorporeren, kunnen ze wellicht ook vele andere soorten ledematenverbeteringen incorporeren”, merkt cognitief neurowetenschapper Jane Aspell van de Anglia Ruskin University op.

Het onderzoek werd aangewakkerd door een persoonlijke nieuwsgierigheid. Yanchao Bi, een cognitief neurowetenschapper aan de Universiteit van Peking, koesterde lange tijd de droom om zelf een vlucht te ervaren. Toen ze deze wens besprak met Kunlin Wei, hoofd van het Motor Control Lab van de universiteit, verschoof het gesprek van fantasie naar experimenteel ontwerp. Het laboratorium van Wei gebruikte VR om bewegingsperceptie te bestuderen, wat leidde tot een cruciale vraag: Kunnen mensen leren vliegen in VR, en hoe zou die training hun neurale paden veranderen?

De werking van leren vliegen

Om dit te testen ontwierp neurowetenschapper Yiyang Cai een trainingsprogramma van een week, gebaseerd op de mechanica van vogelvluchten. Vijfentwintig deelnemers droegen VR-headsets en bewegingsregistratieapparatuur. In de virtuele omgeving zagen ze zichzelf als vogelachtige figuren uitgerust met grote, roestkleurige, gevederde vleugels.

De interactie was intuïtief: roterende polsen en klappende armen in de echte wereld zorgden ervoor dat de virtuele vleugels synchroon bewogen. In de loop van de week voerden de deelnemers een reeks steeds complexere taken uit:
* Het afbuigen van vallende luchtballen met hun vleugels.
* Hoogte behouden over steile virtuele kliffen.
* Navigeren door luchtringen.

De voortgang varieerde van persoon tot persoon. Sommigen beheersten de besturing bij hun eerste poging, terwijl anderen drie of vier sessies nodig hadden om vloeiend te worden. De verbetering was echter consistent en waarneembaar binnen de hele groep.

Neurale aanpassing en lichaamseigendom

De kernbevinding van het onderzoek ligt in de veranderingen die worden waargenomen in de visuele cortex van de deelnemers: het hersengebied dat verantwoordelijk is voor het verwerken van beelden van lichaamsdelen. Na de trainingsperiode vertoonde deze regio een significant sterkere reactie op beelden van vleugels. Belangrijker nog was dat het patroon van neurale activiteit bij het bekijken van vleugels het patroon begon te weerspiegelen dat werd gebruikt voor het verwerken van de bovenste ledematen.

Deze verschuiving geeft aan dat deelnemers de vleugels niet meer als externe objecten begonnen te zien, maar als integrale delen van hun eigen lichaam. Dit fenomeen, bekend als ‘lichaamseigendom’ of ‘incorporatie van ledematen’, suggereert dat de grenzen van de plasticiteit van de hersenen breder zijn dan ooit werd aangenomen. De hersenen zijn bereid hun definitie van ‘zelf’ uit te breiden met virtuele hulpmiddelen als de sensorische feedback consistent en interactief is.

Beyond Novelty: implicaties voor toekomstige technologie

De betekenis van deze studie reikt verder dan de nieuwigheid van virtueel vliegen. Het biedt cruciale inzichten in de manier waarop mensen kunnen omgaan met toekomstige technologieën, waaronder kunstmatige ledematen, exoskeletten en geavanceerde sensorische interfaces.

Kunlin Wei benadrukt dat ervaringen uit de eerste hand het begrip transformeren op manieren die abstracte kennis niet kan. Door gebruikers in een nieuwe fysieke realiteit te laten ‘leven’, kan VR de adoptie en het intuïtieve gebruik van complexe technologieën versnellen. Nu VR een steeds gebruikelijker medium wordt voor werk, spel en therapie, wordt het begrijpen van de impact ervan op het menselijk brein essentieel.

“In de toekomst zullen we mogelijk veel tijd in VR doorbrengen”, zegt Wei. “We zijn erg geïnteresseerd in wat dat zou kunnen betekenen voor het menselijk brein.”

Conclusie

Dit onderzoek bevestigt dat het menselijk brein in staat is virtuele lichaamsdelen te integreren in zijn sensorische kaart, waardoor de grens tussen de fysieke realiteit en digitale simulatie vervaagt. Naarmate de VR-technologie vordert, kan ons begrip van onszelf en ons lichaam blijven evolueren, waardoor nieuwe mogelijkheden ontstaan ​​voor medische revalidatie, technologische integratie en menselijke ervaringen.